Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Sociaal Domein

Sociaal Domein

In dit hoofdstuk wordt het sociaal domein toegelicht. Onder “A” worden de afwijkingen binnen het sociaal domein gespecificeerd en toegelicht en wordt zowel de stelpost sociaal domein als de reserve sociaal domein gepresenteerd na besluitvorming van deze tweede tussenrapportage. Onder “B” wordt nader ingegaan op de centrumtaken sociaal domein en wordt de reserve centrummiddelen gepresenteerd na besluitvorming van deze tweede tussenrapportage.

A. Afwijkingen binnen het sociaal domein

1. Thema Onderwijs

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof

Thema onderwijs

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
Leerlingenvervoer Lasten -197.671 -142.871 -142.871 -142.871 -142.871
Leerplicht Lasten -13.433 -13.256 -13.256 -13.256 -13.256
Wet Kinderopvang Lasten 89.517 99.418 99.418 99.418 99.418
Totaal Onderwijs   -121.587 -56.709 -56.709 -56.709 -56.709

Leerlingenvervoer (in 2025 -€ 197.671 en vanaf 2026 -€ 142.871)

Het budget Leerlingenvervoer kent een structureel nadeel op de lasten. In 2025 is dit nadeel € 197.671 en vanaf 2026 € 142.871. Het nadeel heeft t.o.v. het jaar 2024 de volgende oorzaken:

  • Het aantal gebruikers is met 2% gestegen.
  • Het aantal ritten is met 8% toegenomen.
  • Het aantal gereden kilometers is met 10% toegenomen. 

Leerplicht (in 2025 -€ 13.433 en vanaf 2026 -€ 13.256)

Het budget Leerplicht kent een structureel nadeel op de lasten. In 2025 is het nadeel € 13.433 en vanaf 2026 € 13.256. Dit is gelegen in een stijging van de kosten waaronder de vakopleiding. 

Wet kinderopvang (in 2025 € 89.517 en vanaf 2026 € 99.418)

Het budget Wet Kinderopvang kent een structureel voordeel op de lasten van € 89.517 in 2025 en € 99.418 vanaf 2026. Dit is erin gelegen dat het effect van de verscherpte regels sociaal medische indicaties (SMI) zich voortzet.

2. Thema Thuis in Nissewaard

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof en Jeroen Postma

Thema Thuis in Nissewaard

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
Subsidies 2025 lasten 65.289 - - - -
  baten 8.758        
Mantelzorg lasten 20.400        
Totaal Thuis in Nissewaard   94.447 - - - -

Subsidies 2025 (in 2025 € 65.289)

Op het subsidiebudget 2025 in het thema Thuis in Nissewaard wordt een onderbesteding verwacht van € 65.000. Dit komt omdat in 2025 een deel van de subsidies geboekt is op de middelen van de brede SPUK. Daarnaast is in 2025 een voorzet gemaakt op de bezuinigingstaakstelling van de subsidies vanaf 2026 om zo tot een reële afbouw van de subsidies te komen voor 2026.

Terugvordering subsidies (in 2025 € 8.758)

Een aantal subsidies 2024 is lager vastgesteld dan verleend. Dit resulteert in een terugvordering in het boekjaar 2025 ad € 8.758. Dit is een incidenteel voordeel. 

Mantelzorg (in 2025 € 20.400)

Voor activiteiten voor mantelzorgers in in 2025 een budget van € 20.400 gereserveerd. Echter deze kosten worden in 2025 gedekt vanuit de middelen voor de brede SPUK. Het budget kan derhalve vrijvallen.

3. Thema maatwerk Jeugd

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof

Thema Maatwerk Jeugd

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
Specialistische Jeugdhulp: Lasten 120.766        
Jaarstukken GRJR 2024            
Specialistische Jeugdhulp: Begrotingswijziging GRJR 2025 Lasten -39.455        
Specialistische Jeugdhulp: Tweede Bestuursrapportage GRJR 2025 Lasten -1.650.357 -1.187.199 -930.708 -615.677 -230.850
           
Vervoer Jeugdwet Lasten -111.519 -104.680 -104.680 -104.680 -104.680
PGB Jeugdhulp Behandeling Lasten -81.500 -71.361 -71.361 -71.361 -71.361
Dyslexie Lasten 24.905 26.135 26.135 26.135 26.135
Zorgcontinuïteit Kinderdagcentrum Lasten 372.890        
Lokale preventie jeugd Lasten 245.245        
Woonplaatsbeginsel Jeugdhulp Baten 144.783        
Woonplaatsbeginsel Jeugdhulp Lasten -211.543        
Terugvordering subsidies Baten 85.836        
Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp Lasten 121.112        
Jeugdgezondheidszorg Lasten   -52.332      
  Reserve   52.332      
Diversen Jeugdhulp (per saldo) Lasten 1.100        
Totaal Maatwerk Jeugd   -977.737 -1.337.105 -1.080.614 -765.583 -380.756

Specialistische Jeugdhulp: Jaarstukken GRJR 2024 (in 2025 € 120.766)

De definitieve Jaarstukken GRJR 2024 laten voor Nissewaard een incidenteel voordeel op de lasten zien van € 120.766. De opgenomen nog te betalen post GRJR in de jaarstukken Nissewaard 2024, o.b.v. de destijds meest recente jaarrekeningcijfers, bedroeg € 150.996. In navolging van een bijstelling van de uitvoeringskosten GRJR was de GRJR-eindafrekening 2024 € 120.766 lager. Dit geeft in het boekjaar 2025 een incidenteel voordeel van € 120.766.

Specialistische Jeugdhulp: Definitieve Begrotingswijziging GRJR 2025 (in 2025 -€ 39.455)

De definitieve Begrotingswijziging GRJR 2025 leidt, t.o.v. de ontwerp Begrotingswijziging GRJR 2025 (verwerkt in de Perspectiefnota Nissewaard 2026), tot een nadeel op de lasten van per saldo € 39.455. Bijgaand wordt dit toegelicht: 

  • Op 11 april 2025 heeft het AB GRJR het volgende vastgesteld:
    - Ontwerp begrotingswijziging GRJR 2025 (Subsidieverleningen en uitvoeringskosten GRJR)
    - Bijlage Begrotingsadvies 2025 (Zorgkosten gemeenten van regionale en landelijke jeugdhulpcontracten inclusief voorschottermijnen gemeenten aan de GRJR).
    Deze zijn verwerkt in de Perspectiefnota Nissewaard 2026.
  • Op 12 september 2025 heeft het AB GRJR de definitieve Begrotingswijziging GRJR 2025 vastgesteld. Hierbij heeft de GRJR geen geactualiseerde zorgkosten gemeenten geleverd. Het AB GRJR heeft aldus geen geactualiseerde zorgkosten gemeenten vastgesteld. De zorgkosten gemeenten zijn aldus ongewijzigd t.o.v. het vastgestelde begrotingsadvies 2025 in het AB GRJR van 11 april 2025.
  •  De definitieve begrotingswijziging GRJR 2025 is t.o.v. de ontwerp begrotingswijziging 2025 op GRJR-niveau met maximaal € 4 miljoen verhoogd i.h.k.v. Veilig Thuis RR. Dit maakt dat er voor Nissewaard een nadeel is. Dit nadeel is per saldo beperkt omdat dit gecorrigeerd is voor de incidentele rentebaten.

Zie de tabel hieronder voor de lasten van de specialistische jeugdhulp en welk aanvullend nadeel in de Tweede Turap Nissewaard 2025 is verwerkt t.o.v. de perspectiefnota 2026. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de deelnemersbijdrage aan de GRJR (Subsidieverleningen GRJR en uitvoeringskosten GRJR) en het gemeentelijke voorschot aan de GRJR (Zorgkosten gemeenten van regionale en landelijke jeugdhulpcontracten).

Lasten specialistische jeugdhulp Nissewaard

  Begroting 2025
Perspectiefnota Nissewaard 2026:  
Ontwerpbegroting GRJR 2025 (deelnemersbijdrage)* 7.099.503
Zorgkosten Nissewaard (voorschot)** 26.281.161
Totaal GRJR + Zorgkosten*** 33.380.664
   
Definitieve Begrotingswijziging GRJR 2025:  
Begrotingswijziging GRJR 2025* 7.390.151
Begrotingswijziging GRJR 2025
gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten (deelnemersbijdrage)
7.138.958
Zorgkosten (voorschot)** 26.281.161
Totaal GRJR + Zorgkosten 33.671.313
Totaal GRJR + Zorgkosten
gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten****
33.420.119
   
Nadeel t.o.v. PPN 2026 gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten 39.455

Specialistische Jeugdhulp: Tweede Bestuursrapportage GRJR 2025 (in 2025 -€ 1.650.356 aflopend naar -€ 230.850 in 2029)

De Tweede Bestuursrapportage GRJR 2025 (Tweede Burap GRJR) betreft de 7 maandenrapportage over 2025. De Tweede Burap GRJR leidt, t.o.v. de definitieve Begrotingswijziging GRJR 2025, tot een nadeel van per saldo € 1.650.356 in 2025. Dit is inclusief de door de GRJR opgenomen risicoproductie en de resterende GRJR-stelpost ad € 182.072. Bijgaand een nadere toelichting:

  • Bij de Tweede Burap GRJR is een actualisatie van de zorgkosten gemeenten (regionale en landelijke jeugdhulpcontracten) opgenomen. De zorgkosten laten per saldo een structureel nadeel zien. Voor de gemeente Nissewaard heeft dit grotendeels betrekking op de Gesloten/residentiele jeugdhulp/ Jeugdhulp Plus en de Landelijke inkoop (LTA). Hierbij is eveneens van toepassing dat de tarieven voor JeugdhulpPlus eind 2024 zijn verhoogd. Deze verhoging is door de GRJR in de Tweede Burap GRJR verwerkt. 
  • Uit de Tweede Burap GRJR blijkt voor Nissewaard een nadeel op de Crisishulp (GRJR-subsidie).

Zie de tabel hieronder o.b.v. de Tweede Burap GRJR 2025 en welk aanvullend nadeel in de tweede Turap Nissewaard is verwerkt t.o.v. de definitieve begrotingswijziging GRJR 2025. Dit is inclusief de in de Tweede Burap GRJR 2025 opgenomen risicoproductie 2025 (het nadeel vanaf 2026 is exclusief risicoproductie). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de deelnemersbijdrage aan de GRJR en het gemeentelijke voorschot aan de GRJR.

Lasten specialistische jeugdhulp Nissewaard o.b.v. de Tweede Burap GRJR 2025

  Begroting 2025
Tweede Burap GRJR 2025* 7.584.827
Tweede Burap GRJR 2025*
gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten (deelnemersbijdrage)
7.361.723
Zorgkosten (voorschot)** 27.890.824
Totaal Tweede Burap GRJR 2025 + Zorgkosten*** 35.475.651
Totaal Tweede Burap GRJR 2025 + Zorgkosten
gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten****
35.252.547
   
Nadeel t.o.v. Definitieve begrotingswijziging GRJR 2025 gecorrigeerd t.a.v. rentebaten/lasten (= 35.252.547 -/- 33.420.119 -/- 182.072) 1.650.356

Vervoer Jeugdwet (in 2025 -€ 111.519 en vanaf 2026 -€ 104.680)

Het budget Vervoer Jeugdwet kent een structureel nadeel op de lasten van € 111.519 in 2025 en vanaf 2026 van € 104.680. Het gemiddeld aantal gebruikers is toegenomen van 33 (2024) naar 68 (2025). Per 1 juli 2025 zijn nieuwe regels jeugdwet vervoer ingegaan. Dit kan het effect van het structurele nadeel deels dempen. Dit zal gemonitord gaan worden. 

PGB Jeugdhulp Behandeling (in 2025 -€ 81.500 en vanaf 2026 -€ 71.361)

Het budget PGB Jeugdhulp Behandeling kent een structureel nadeel op de lasten van € 81.500 in 2025 en vanaf 2026 van € 71.361. Bij de Perspectiefnota Nissewaard 2026 was al een structureel knelpunt op PGB Jeugdhulp gemeld van € 183.298 in 2025, oplopend naar € 203.619 vanaf 2026. Het aanvullende structurele knelpunt op PGB Jeugdhulp Behandeling ontstaat eveneens door de druk op de wachtlijst voor plaatsing in het Kinderdagcentrum. Hierdoor neemt het aantal PGB’s toe. Het gaat hierbij om gemiddeld hoge lasten. De praktijkervaring leert dat jeugdigen in een Kinderdagcentrum een complexe zorgvraag hebben en niet snel uitstromen.

Dyslexie (in 2025 € 24.905 en vanaf 2026 € 26.135)

Het budget Dyslexie kent vanaf 2025 een structureel voordeel op de lasten van € 24.905. Dit o.b.v. een extrapolatie van de 7 maanden cijfers 2025. Dit is gelegen in een daling van het aantal jeugdigen met dyslexie sinds 2023. Eind 2023 waren er 158 cliënten; eind 2024 136 cliënten en medio september 2025 waren er 133 jeugdigen met dyslexie. Het betreft een structureel voordeel.

Zorgcontinuïteit Kinderdagcentrum (in 2025 € 372.890)

In 2025 is sprake van een incidenteel voordeel op de lasten Zorgcontinuïteit Kinderdagcentrum (KDC) van € 372.890. De KDC-jeugdhulp was voorheen lokaal ingekocht via de Open House. Per 1 juli 2023 is dit overgegaan naar Daginvulling Jeugd, een gezamenlijke inkoop met de gemeente Voorne aan Zee. Het aantal ingekochte KDC-plekken is in de Daginvulling Jeugd te laag i.r.t. het aantal jeugdigen dat momenteel KDC-jeugdhulp heeft. Dit maakt dat er KDC-zorgcontinuïteit nodig is. In de praktijk betekent dit dat een aantal jeugdigen KDC-zorgcontinuïteit o.b.v. de overeenkomst Open House ontvangt. De ingekochte KDC-plekken via Daginvulling Jeugd zijn immers bezet. Sinds 2024 zijn meer cliënten uitgestroomd dan verwacht wat een voordeel geeft. Vanaf 2026 is de prognose nog onzeker omdat de verwachte uitstroom van de resterende cliënten langer duurt dan verwacht.

Lokale preventie jeugd (in 2025 € 245.245)

Het budget Lokale preventie jeugd kent een incidenteel voordeel op de lasten van € 245.245 in 2025. Dit voordeel is ontstaan doordat er kritisch en integraal naar de subsidie-aanvragen en de hiermee gepaard gaande ondersteuning aan de jeugdigen is gekeken. 

Woonplaatsbeginsel Jeugdhulp (in 2025 lasten -€ 211.543 en baten € 144.783)

Op Woonplaatsbeginsel Jeugdhulp zijn in 2025 incidentele baten van € 144.783 en incidentele lasten van € 211.543. Vanuit de gemeente Dordrecht is hiervoor een factuur van € 211.543 ontvangen over de periode 2022 t/m 2024. Nissewaard heeft in dit kader aan de gemeente Rotterdam een factuur van € 144.783 verstuurd over de periode 2023 t/m 2025. Per saldo aldus een nadeel van € 66.760. Voor het woonplaatsbeginsel Jeugdhulp gelden landelijke criteria zodat helder is welke gemeente per situatie verantwoordelijk is voor de jeugdhulplasten. Het woonplaatsbeginsel is van toepassing op de gehele jeugdhulp. De jeugdhulplasten woonplaatsbeginsel zijn niet vooraf te begroten. Het gaat immers om jeugdhulp die door andere gemeenten is geleverd en betaald waarna deze gemeenten de lasten bij ons in rekening brengen omdat wij deze conform de criteria van het woonplaatsbeginsel dienen te voldoen. 

Terugvordering subsidies (in 2025 € 85.836)

Een aantal subsidies 2024 is lager vastgesteld dan verleend. Dit resulteert in een terugvordering in het boekjaar 2025 ad € 85.836. Dit is een incidenteel voordeel op de baten. 

Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp (in 2025 € 121.112)

Op het budget Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp is sprake van een voordeel op de lasten in 2025 van € 121.112. Dit maakt onderdeel uit van het plan van aanpak Taskforce Jeugd. In het project maatwerk uit de Taskforce Jeugd (ook onderdeel van indiceren) zijn de criteria om maatwerk in te zetten aanzienlijk verscherpt. Ook vindt een dubbele (zes-ogenprincipe) toetsing plaats waardoor maatwerk minder vaak wordt ingezet. Hiermee wordt maatwerk alleen nog ingezet indien er geen alternatieven zijn. 

Jeugdgezondheidszorg (in 2026 - € 52.332 en reserve € 52.332)

Het budget Jeugdgezondheidszorg kent in 2026 een incidenteel tekort op de huisvestingslasten. Dit is ontstaan door vertraging in de verbouwing en daarmee een vertraagde verhuizing naar het nieuwe pand. De huur van het oude pand is hoger dan de huur van het nieuwe pand. Het betreft een incidenteel tekort van € 52.332. Hiervoor wordt in 2026 € 52.332 onttrokken aan de reserve sociaal domein. In dit kader wordt een deel van de incidentele middelen jeugdhulp 2023/2024 benut. Aangezien het kabinet heeft besloten tot compensatie van de incidentele tekorten jeugdhulp in 2023 en 2024, krijgen gemeenten hiervoor incidentele middelen via de septembercirculaire 2025. De rijksoverheid kent hiervoor landelijk gezien in 2025 een incidenteel bedrag van € 728 miljoen toe, de gemeente Nissewaard ontvangt in deze €3,7 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan de Reserve Sociaal Domein. Het incidentele tekort op de huisvestingslasten wordt onttrokken aan de Reserve Sociaal Domein.

Diversen Jeugdhulp (in 2025 € 1.100)

Per saldo is er in 2025 een incidenteel voordeel op de lasten ad € 1.100.

4. Thema maatwerk Volwassenen

Wethouder Jeroen Postma

Maatwerk volwassenen

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
Huishoudelijke ondersteuning lasten -90.435 -195.854 -195.854 -195.854 -195.854
Aanpassingen/ hulpmiddelen lasten -48.598 -58.047 -58.047 -58.047 -58.047
Begeleiding Wmo lasten 939.193 792.952 792.952 792.952 792.952
Dagbesteding lasten 142.415 149.878 149.878 149.878 149.878
Eigen bijdrage baten 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000
Medische adviezen lasten -50.000        
Individuele vervoersvoorziening lasten -33.250        
Project Hoogwerfsingel 2 lasten PM PM      
Totaal Maatwerk Volwassenen   884.325 713.929 713.929 713.929 713.929

Huishoudelijke ondersteuning (-€ 90.435 in 2025 en -€ 195.854 vanaf 2026)

In de begroting 2025 voor huishoudelijke ondersteuning is uitgegaan van een 4% volumegroei. Na acht maanden realisatie, is de gemiddelde groei al 3,6%. Indien we deze lijn doortrekken komt de groei voor 2025 uit op een percentage van 5,5%. Dit resulteert in een nadeel van € 90.000 over 2025. Het meerjarig effect vanaf 2026 (van de hogere volumegroei in 2025) bedraagt € 195.000.

Toepassing van het nieuwe normenkader, waarbij geïndiceerd wordt op passende ondersteuning (focus op wat de client nodig heeft om zelfstandig te blijven wonen), zorgt ook voor een gemiddeld lagere indicering. De voordelen die hieruit voortvloeien worden ingezet om de bezuinigingstaakstelling te realiseren. Zie hiervoor ook de invulling in de begroting 2026-2029 en voor 2025 de paragraaf bezuinigingen.

Aanpassingen/hulpmiddelen (-€ 48.598 in 2025 en -€ 58.047 vanaf 2026)

Op de budgetten hulpmiddelen en aanpassingen aan huis is per saldo een nadeel van circa € 50.000. Voor de begroting 2025 was een 3% volumegroei meegenomen, de groei van het aantal cliënten komt in 2025 boven de 4% uit. Dit zorgt voor hogere lasten in 2025 en structureel vanaf 2026. Daarnaast bedraagt de contractuele indexatie 3.532%, in de begroting 2025 is rekening gehouden met 3,42% indexatie. 

Begeleiding Wmo (€ 939.193 in 2025 en € 792.952 vanaf 2026)

Op het budget begeleiding Wmo is een groot overschot. Het aantal cliënten met een indicatie voor begeleiding ligt in 2025 gemiddeld 10% lager dan over 2024. Daarnaast is medio 2024 de P*Q methodiek ingevoerd en dit zorgt voor een daling van de gemiddelde kosten per client ten opzichte van de oude methodiek met een vast maandbedrag dat uitbetaald werd. 

Bij de omzetting van arrangementen naar PxQ was de verwachting dat de kosten zouden dalen.

Cliënten krijgen nu de uren waar ze ook echt recht op hebben, we zien dan ook per april (omzetting PxQ) een daling in de kosten, maar ook een daling in het aantal cliënten met een indicatie voor begeleiding. De verwachting was ook dat met het aanpassen van de bekostigingsstructuur er meer gestuurd kon worden op het volume (aantal uren BG per week) en er minder maatwerkafspraken (BG op offertebasis) gemaakt hoeven worden. Deze manier van werken geeft meer inzicht in feitelijk geleverde uren, omdat alleen gemaakt directe uren gedeclareerd kunnen worden, dit blijkt nu ook uit de praktijk. We zien dus ook dat er gerichter gewerkt wordt aan de doelen en het aantal indicaties daardoor afneemt.  Ook is er meer controle op het declaratiegedrag van de aanbieders, sinds de komst van Basisbeeld en de sturing van accountmanagement op de uitnutting in de accountgesprekken. Basisbeeld geeft signalen af wanneer er bijzonderheden zijn in het declaratiegedrag van de aanbieders.

Vanaf 2026 worden nog wel extra kosten verwacht ad. € 142.000 voor ambulante begeleiding voor gezinnen in opvangwoningen. Dit dempt het voordelig saldo vanaf naar € 793.000.

Dagbesteding (€ 142.415 in 2025 en € 149.878 vanaf 2026)

Er staat nog een taakstelling open op PM voor dagbesteding als algemene voorziening.

In 2025 is een groot deel van de dagbesteding overgegaan naar een algemene voorziening met een subsidierelatie. Per 1 januari 2025 wordt voor in principe alle ouderen (wellicht enkele uitzonderingen daargelaten) geen indicatie voor dagbesteding meer gegeven. Er is immers een algemene voorziening beschikbaar, die voor verreweg de meeste ouderen passend zal zijn. Dit betekent dat organisaties in de loop van 2025 hun doelgroep ouderen sterk zien afnemen.

Het gaat hierbij om zorgaanbieders die niet vallen onder de algemene voorziening en dus bekostigd worden via inkoop en de Open House. Het aantal cliënten met nieuwe indicatie neemt bij de inkoop dus af. In 2024 waren t/m augustus 137 nieuwe indicaties en in 2025 t/m augustus zijn dat er 42. Een daling van 69%. Hiermee wordt een besparing gerealiseerd van structureel € 150.000. De taakstelling is hiermee ingevuld en wordt niet langer als PM opgenomen. Het voordeel komt ten gunste van de stelpost sociaal domein.

Eigen bijdrage (€ 25.000 vanaf 2025)

Door een toename van het aantal personen met een Wmo-voorziening nemen de inkomsten aan eigen bijdragen toe. De eigen bijdragen voor 2025 worden ingeschat op € 825.000 en dat is € 25.000 hoger dan begroot.

Medische adviezen ( -€ 50.000 in 2025)

Op basis van de gerealiseerde uitgaven worden de kosten ingeschat op € 100.000 in 2025 (begroting € 50.000). De toename is deels het gevolg van een toename van het aantal aanvragen voor gehandicaptenparkeerkaarten en- plaatsen. Andere verklaring is dat geconstateerd dat elke aanvraag gepaard moet gaan met een medische keuring en dat een Wmo-indicatie niet meer voldoende is. Het nadeel wordt incidenteel meegenomen, omdat bekeken wordt hoe dit proces kostendekkend kan worden.

Individuele vervoersvoorziening ( -€ 33.250 in 2025)

Dit jaar is een hoge PGB van € 38.250 voor een individuele vervoersvoorziening verstrekt. Aangezien het budget € 22.800 bedraagt, zorgt dit voor een verwachte overschrijding van circa € 33.000. Aangezien zo'n hoge PGB vestrekking zeldzaam is, wordt dit nadeel alleen voor 2025 meegenomen en niet structureel.

Project Hoogwerfsingel 2 (PM)

Vanuit de 2e vrijval van de reserve centrummiddelen is € 1 miljoen ter beschikking gesteld voor het project Hoogwerfsingel 2. Voor de jaren 2025 en 2026 is in dit kader een bedrag ad € 500.000 begroot. Momenteel is nog niet bekend in hoeverre de werkzaamheden voor dit project in 2025 plaatsvinden en welk bedrag daar dan mee gemoeid is.

5. Thema Werk, inkomen, armoedebeleid en emancipatie

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof

werk inkomen

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
BUIG Rijksinkomsten baten 1.890.121 3.523.265 3.497.615 3.447.865 3.385.365
BUIG terugvorderingen baten 130.000 130.000 130.000 130.000 130.000
BUIG lasten lasten -1.809.493 -3.561.200 -3.860.650 -3.836.550 -3.823.800
Gratis OV Minima AOW lasten -27.500 -39.340 0 0 0
WSW-banen gemeente lasten -10.301 -10.301 -10.301 -10.301 -10.301
Sociale recherche lasten 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
WSW middelen baten -51.503        
  lasten 244.927        
TOZO afrekening baten -182.167        
Coll. ziektekostenverzekering lasten 79.493        
Terugvordering subsidies baten 34.486        
Subsidies 2025 lasten 12.976        
Bijz. bijstand bescherm.bew. lasten 50.000        
Bijz. bijstand terugontvangsten baten -50.000        
Adviesraad lasten 8.393        
Totaal Werk en Inkomen 329.432 52.424 -233.336 -258.986 -308.736

BUIG rijksinkomsten

2025 (€ 1.890.121)

Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW (Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), IOAZ (Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) en Bbz 2004 (levensonderhoud voor startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie.
Het definitieve BUIG budget 2025 en het voorlopige BUIG budget 2026 zijn eind september bekend geworden. Voor 2025 wordt het budget € 43.707.064en dat is € 1.890.121 hoger dan het budget zoals geraamd in de begroting. Tegenover de hogere baten staan ook hogere lasten.

2026-2029 (2026 € 3,5 miljoen aflopend naar € 3,4 in 2029))

Voor 2026 is er een voorlopige beschikking van € 45.828.208 miljoen aan rijksinkomsten BUIG.
In de begroting zijn de rijksinkomsten begroot op € 42,3 miljoen. Dit betekent dat de baten, op basis van de voorlopige beschikking BUIG, met structureel circa € 2 miljoen naar boven worden bijgesteld.
De belangrijkste redenen voor ophoging van het Rijksbudget BUIG zijn de bijstelling van de gemiddelde prijs van de uitkering en een volumegroei van het aantal bijstandsuitkeringen. Tegenover de hogere baten staan ook hogere lasten (uitkeringen BUIG). De geraamde baten nemen, conform de prognose van de lasten, structureel af. In de prognose wordt rekening gehouden met een daling van de IOAW.

BUIG terugvorderingen (€ 130.000 vanaf 2025)

Het aantal nieuwe ontstane terugvorderingen Participatiewet uitkeringen valt naar verwachting in 2025 € 150.000 hoger uit en wordt in de begroting bijgesteld naar € 625.000. Het aantal nieuwe ontstane terugvorderingen BBZ-uitkeringen valt naar verwachting in 2025 € 20.000 lager uit en wordt in de begroting bijgesteld naar € 5.000. Pers saldo betekent dit een voordeel van € 130.000. Voorgesteld wordt om meerjarig deze budgetten ook bij te stellen.

BUIG lasten

2025 (-€ 1.809.493)

De verwachting is dat de het aantal participatiewet uitkeringen eind 2025 uitkomt op 2.034. Dit is hoger dan het aantal uitkeringen waar in de begroting mee rekening is gehouden namelijk 1.978. Daarnaast is de prognose van het aantal IOAW/IOAZ uitkeringen gedaald van 61 naar 56.
Hier staat tegenover dat de gemiddelde prijs naar boven is bijgesteld van € 18.600 naar € 19.270 (Pwet), van € 18.200 naar € 19.500 (IOAW) en van € 20.000 naar € 21.000 (IOAZ). Per saldo wordt in 2025 een nadeel gemeld van € 1,8 miljoen op de lasten met betrekking tot BUIG. Hier staat tegenover dat de baten BUIG ook zijn verhoogd voor de verhoogde gemiddelde prijs.

2026-2029 ( -€ 3,5 miljoen 2026 oplopend naar -€ 3,8 miljoen in 2029)

Op basis van de huidige gegevens worden de BUIG lasten structureel aangepast. De prognose voor het aantal uitkeringen eind 2025 in de begroting is lager dan de werkelijke ontwikkeling van het aantal BUIG-uitkeringen. In de begroting is rekening gehouden met een totaal aantal uitkeringen van 2.039 eind 2025 (totaal P-wet, IAOZ, IAOW). Inmiddels is de prognose dat het aantal uitkeringen eind 2025 uitkomt op 2.090. Voor 2026 wordt rekening gehouden met een stijging van 1,6% van het aantal participatiewet uitkeringen. Voor de jaren 2027 t/m 2029 wordt het aantal uitkeringen gelijk gehouden aan 2026 gezien de onzekere prognoses. De aantallen voor IOAW dalen wel in de meerjarenprognose. Ook aan de inkomstenkant wordt deze methodiek toegepast. Daarnaast is bij de nieuwe prognose voor 2026 en verder, ook de gemiddelde prijs per uitkering naar boven bijgesteld.  Per saldo wordt het budget naar boven bijgesteld met € 3,56 miljoen in 2026, € 3,86 miljoen in 2027, € 3,84 miljoen in 2028 en € 3,82 miljoen in 2029.

Saldo BUIG

Onderwerp Lasten/baten 2025 2026 2027 2028 2029
BUIG Rijksinkomsten baten 1.890.121 3.523.265 3.497.615 3.447.865 3.385.365
BUIG terugvorderingen baten 130.000 130.000 130.000 130.000 130.000
BUIG lasten lasten -1.890.121 -3.561.200 -3.860.650 -3.836.550 -3.823.800
Saldo BUIG   130.000 92.065 -233.035 -258.685 -308.435

Per saldo zijn de mutaties BUIG ten opzichte van de huidige begroting in 2025 en 2026 positief en vanaf 2027 negatief. Ook na deze mutaties blijven de totale uitgaven BUIG lager dan de inkomsten met betrekking tot BUIG. Het nadeel vanaf 2027 betreft dus feitelijk een minder groot voordeel. Met betrekking tot BUIG zijn, na mutaties uit de 2e tussenrapportage, de volgende budgetten in de begroting geraamd:

Bedragen x € 1.000 

Prognose BUIG 2025 2026 2027 2028 2029
Lasten          
P-wet, IAOW en IAOZ 40.264 41.393 41.501 41.304 41.136
Loonkostensubsidie 2.200 2.680 2.680 2.680 2.680
BBZ 110 110 110 110 110
Studietoeslag 110 110 110 110 110
Totaal lasten BUIG 42.464 44.072 44.181 43.984 43.816
Baten          
BUIG rijksvergoeding 43.707 45.828 45.803 45.753 45.690
Terugvordering P-wet, IOAZ 640 640 640 640 640
Totaal baten BUIG 44.347 46.468 46.443 46.393 46.330

Na verwerking van de aangepaste prognoses in de 2e tussenrapportage is de begroting BUIG gebaseerd op de volgende aantallen:

Gemiddelde prijs € 19.270  € 19.500  € 21.000   
Ontwikkeling uitkeringen Pwet IOAW IOAZ Totaal
Eind 2025 2.034 54 2 2.090
Eind 2026 2.067 43 2 2.112
Eind 2027 2.067 32 2 2.101
Eind 2028 2.067 23 2 2.092
Eind 2029 2.067 15 2 2.084

Gratis OV Minima AOW ( -€ 27.500 in 2025, en -€ 39.340 in 2026)

Op basis van de gerealiseerde kosten in 2024 is het budget bij de 2e tussenrapportage 2024 structureel verlaagd naar € 80.000. Op basis van een kostenopgave van de vervoerders RET en EBS worden de kosten voor dit jaar nu ingeschat op € 107.500. De regeling gratis OV voor minima AOW wordt voor 2026 verlengd. Op basis van een opgave van de vervoerders EBS en RET worden de kosten voor 2026 ingeschat op € 121.500. Dit is een nadeel van € 39.340. Vooralsnog wordt dit nadeel verwerkt tot en met 2026, dit in afwachting van de ontwikkelingen op dit gebeid en  het besluit over 2027 en verder.

WSW-banen gemeente ( -€ 10.301 vanaf 2025)

Op het budget WSW-banen gemeente worden de kosten geboekt van een gedetacheerde medewerker bij de kinderboerderij. De afgelopen jaren zijn de kosten een paar duizend euro hoger dan de begroting. Echter doordat het budget lager geïndexeerd wordt dan de toename van de kosten o.b.v. de CAO wordt dit verschil nu hoger dan € 10.000. Voorgesteld wordt om het budget structureel te verhogen met € 10.301. 

Sociale recherche(€ 10.000 vanaf 2025)

Op het budget sociale recherche is een structurele onderbesteding van € 10.000. De kosten zijn structureel verlaagd vanwege lagere kosten leasecontracten auto's.

WSW middelen ( € 193.424 in 2025)

In de meicirculaire 2025 zijn extra middelen ontvangen voor de WSW en de sociale infrastructuur (in totaal € 820.220). Van deze middelen is € 445.878 bestemd voor de exploitatiebijdrage VPW. De vastgestelde begroting 2025 van de BV VPW was hoger dat de geraamde middelen in de begroting. Dit met de wetenschap dat extra middelen in de meicirculaire 2025 nog ontvangen zouden worden. Deze middelen worden nu dan ook ingezet om de middelen in de begroting Nissewaard op te plussen tot de vastgestelde exploitatiebijdrage. Daarnaast wordt € 44.931 bestemd voor de middelen lage inkomensvoordeel en € 85.609 voor sociale infrastructuur. Door de hogere Rijksbijdrage wordt de aanvullende bijdrage van Voorne aan Zee € 51.503 lager. Dit betekent per saldo dat van de extra middelen in de meicirculaire nog € 193.424 onbestemd is. Voorgesteld wordt om deze middelen incidenteel vrij te laten vallen in de 2e tussenrapportage. 

TOZO afrekening ( -€ 182.167 in 2025)

Op basis van de ingevulde SISA 2024 moet over 2024 een bedrag van € 182.167 worden terugbetaald aan het Ministerie van SZW met betrekking tot de TOZO-regeling. Voor deze post is geen “nog te betalen” post opgenomen in de jaarrekening 2024. Dit betekent dus voor 2025 een nadeel in de exploitatie.

Collectieve ziektekostenverzekering ( € 79.93 in 2025)

Op het budget collectieve ziektekostenverzekering wordt een voordeel van circa € 79.000 verwacht. Dit komt enerzijds doordat € 33.019 is terugontvangen van CZ i.v.m. eindafrekening eigen risico 2024 en anderzijds dat het aantal verzekerden iets lager ligt dan begroot met als gevolg lagere uitgaven. Het voordeel is incidenteel, want vanaf 2026 is de regeling voor de collectieve ziektekostenverzekering aangepast. De meerjarige consequenties hiervan zijn reeds verwerkt in de begroting 2026-2029.

Terugvordering subsidies (€ 34.486 in 2025)

Een aantal subsidies 2024 is lager vastgesteld dan verleend. Dit resulteert in een terugvordering in het boekjaar 2025 ad € 34.486. Dit is een incidenteel voordeel.

Subsidies 2025 (€ 12.976 in 2025)

Op het subsidiebudget 2025 in het thema Werk, inkomen, armoedebeleid en emancipatiebeleid wordt een onderbesteding verwacht van € 12.976. Dit kan verklaard worden omdat in 2025 een deel van de subsidies geboekt is op SPUK-middelen en/of een voorzet is gemaakt op de bezuinigingstaakstelling van de subsidies vanaf 2026. Dit om te komen tot een reële afbouw van de subsidies voor 2026.

Bijz. bijstand beschermingsbewind (€ 50.000 in 2025)

Op basis van de realisatie tot nu toe in 2025 wordt op het budget bijzondere bijstand beschermingsbewind een voordeel van € 50.000 verwacht. Er zijn minder verstrekkingen t.b.v. beschermingsbewind gedaan dan vorig jaar. Aangezien de uitgaven op dit budget jaarlijks fluctueren wordt het voordeel incidenteel meegenomen.

Bijz. bijstand terugontvangsten ( -€ 50.000 in 2025)

De nieuwe ontstane terugvorderingen vallen dit jaar naar verwachting € 50.000 lager uit dan begroot. Dit komt vooral doordat het aantal leningen voor huisraad lager ligt dan in voorgaande jaren. Aangezien de terugvorderingen jaarlijks fluctueren wordt het nadeel incidenteel meegenomen.

Adviesraad (€ 8.393 in 2025)

Het budget adviesraad sociaal domein is vanaf 2026 structureel met € 10.000 verlaagd als gevolg van een invulling van een bezuinigingstaakstelling. Op basis van de gerealiseerde en verwachte kosten kan het budget voor de adviesraad SD ook in 2025 met ruim € 8.000 worden verlaagd op basis van onderbesteding.

6. Volksgezondheid

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof

Volksgezondheid

Onderwerp Lasten/baten 2023 2024 2025 2026 2027
             
Totaal Volksgezondheid   0 0 0 0 0

In de 2e tussenrapportage zijn geen afwijkingen te melden voor het thema volksgezondheid.

7. Saldo Stelpost Sociaal domein

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof en Jeroen Postma

De stelpost sociaal domein is de sluitpost voor de budgetten van het sociaal domein. De voor- en nadelen van de mutaties in de 2e tussenrapportage worden verrekend met de stelpost sociaal domein. In onderstaand overzicht is de stand van de stelpost sociaal domein opgenomen, na besluitvorming van de 2e tussenrapportage en de septembercirculaire 2025.

Stelpost Sociaal Domein

Bedragen * € 1.000

Stelpost sociaal domein 2025 2026 2027 2028 2029
Stand begroting 2025, 2026-2029 (A) 1.886 2.206 2.509 -2.126 -4.734
Effecten septembercirculaire 2025 (B) 0 766 0 0 0
Mutaties 2e tussenrapportage 2025-2029:      
Onderwijs -122 -57 -57 -57 -57
Thuis in Nissewaard 94 - - - -
Jeugd -978 -1.337 -1.081 -766 -381
Maatwerk Volwassenen 884 714 714 714 714
Werk, inkomen, armoedebeleid & emancipatie 329 52 -233 -259 -309
Volksgezondheid - - - - -
Overheveling 2025/2026 -500        
Totaal mutaties 2e turap sociaal domein (C) -291 -627 -657 -367 -32
Stand stelpost SD (A+B+C) 1.595 2.345 1.852 -2.493 -4.766
Saldo stelpost 2025 storten in reserve SD -1.595        
Stand stelpost SD 0 2.345 1.852 -2.493 -4.766

8. Reserve Sociaal domein

Wethouder Hanneke Stengs-Nijhof en Jeroen Postma

In de 2e tussenrapportage zijn een aantal mutaties in de reserve sociaal domein opgenomen. Het gaat om het vrijvallen van de positieve stelpost in 2025, voorstellen tot overheveling van budgetten van 2025 naar 2026, een mutatie met betrekking tot jeugdgezondheidszorg, een alternatieve invulling van een bezuiniging en een onttrekking ten behoeve van de formatie GRJR.
Voorgesteld wordt om voor een totaalbedrag van € 4.157.710 over te hevelen. Per saldo is de overheveling 2025/2026 neutraal voor het onbestemde deel van de reserve sociaal domein.

  2025 2026
Overheveling 2025/2026    
Transformatiebudget subsidies 500.000 -500.000
Daginvulling Jeugd 210.000 -210.000
Beschermd thuis 1.865.000 -1.865.000
PGB 2.0 75.000 -75.000
ESF 424.631 -424.631
Bijzondere bijstand 83.295 -83.295
Schuldhulpverlening 78.386 -78.386
Regenbooggelden 174.968 -174.968
Toekomstbestendig SD/ontwikkelbudget 679.000 -679.000
Herindicatie Huishoudelijke onderst. 67.430 -67.430
Totaal mutaties 4.157.710 -4.157.710

Na verwerking van de mutaties uit de 2e tussenrapportage 2025 is het verloop van de reserve sociaal domein (inclusief de septembercirculaire 2025) als volgt:

Verloop reserve sociaal domein

Bedragen * € 1.0000

Reserve Sociaal Domein 2025 2026 2027 2028 2029
Saldo 1 januari 11.375 16.318 9.944 8.181 7.998
Reeds besloten onttrekkingen begroting 25-28 -819 -461 -80    
2e turap 2024: Aanvullen tekort stelpost SD     -1.311    
Overheveling 2024/2025:          
- 2e turap: Overheveling 2024/2025 -2.692 -500 -181 -70  
- PPN 2026: Overheveling 2024/2025 -1.691        
Besluit 0,5 fte ESF adviseur -28 -56 -28    
Septembercirculaire 2025 4.420        
2e turap 2025: saldo stelpost sociaal domein 2025 1.595        
2e turap 2025: overheveling 2025/2026 4.158 -4.158      
2e turap 2025: invulling bezuinigingen   -1.052 -49    
2e turap 2025: jeugdgezondheidszorg   -52      
2e turap 2025: tijd. verlenging 1 fte adviseur GRJR   -95 -114 -114  
Saldo 31 december 16.318 9.944 8.181 7.998 7.998

B. Centrumtaken sociaal domein

Wethouder Jeroen Postma

Bijgaand wordt ingegaan op de centrumtaken sociaal domein en het verloop van de reserve centrummiddelen.

Beschermd Wonen (in 2025 -€ 231.113 en reserve € 231.113)

Aan de hand van de te verwachten realisatie 2025 wordt op het budget Beschermd Wonen per saldo een incidenteel nadeel van € 231.113 verwacht. Dit is gelegen in een hogere realisatie op gecontracteerde inkoop, safehouse plaatsingen en overbruggingszorg Beschermd Wonen. Het bedrag ad € 231.113 wordt incidenteel onttrokken aan de reserve centrummiddelen. 

Maatschappelijke Opvang (in 2025 -€ 102.200 en reserve € 102.200)

Aan de hand van de te verwachten realisatie 2025 wordt op het budget Maatschappelijke Opvang een incidenteel nadeel van € 102.200 verwacht. Dit is gelegen in een hogere realisatie op subsidies Maatschappelijke Opvang. Het bedrag ad € 102.200 wordt incidenteel onttrokken aan de reserve centrummiddelen. 

Reserve centrummiddelen

  • De centrumgemeentemiddelen die de gemeente Nissewaard vanuit de rijksoverheid ontvangt, worden besteed aan uitvoering van de centrumtaken voor de regio Zuid-Hollandse eilanden. De reserve centrummiddelen fungeert als buffer voor fluctuaties, tegenvallers en incidentele maatregelen. De niet opgemaakte centrumgemeentemiddelen worden gedoteerd aan de reserve centrummiddelen. 
  • Gezien de omvang van de bedragen en de risico’s die worden gelopen, is een reserve centrummiddelen gewenst. Zie de tabel voor het verloop van de reserve centrummiddelen. 
  • Aan de hand van de werkelijke lasten 2025 en de te verwachten lasten 2025 wordt met de tweede tussenrapportage 2025 een bedrag ad € 333.313 aan de reserve centrummiddelen onttrokken ten gunste van het budget Beschermd Wonen (€ 231.113) en het budget Maatschappelijke Opvang (€ 102.200).

Verloop reserve centrummiddelen 2025-2029 op begrotingsbasis

Bedragen * € 1.000

  2025 2026 2027 2028 2029
Saldo 1 januari 11.444 10.901 10.685 10.613 10.613
Tweede Tussenrapportage 2024: Overheveling 2024 - 2025 -143        
PPN 2026: Overheveling 2024 - 2025 -160        
PPN 2026   -72 -72    
Tekort op DU Vrouwenopvang 2026*   -52      
Tweede Tussenrapportage 2025* -333        
Tweede Tussenrapportage 2025: Overheveling 2025 – 2026* 93 -93      
Saldo 31 december 10.901 10.685 10.613 10.613 10.613