
Bijlage I Indexatie
De meerjarenraming van Nissewaard wordt in constante prijzen geraamd, dat wil zeggen de baten en lasten worden meerjarig niet geïndexeerd. Deze indexatie wordt op jaarbasis gedaan bij het opstellen van de nieuwe (technische) begroting voor het komende dienstjaar en vastgelegd in de perspectiefnota. Het uitgangspunt voor deze indexatie is dat de baten en lasten met de inflatie meebewegen.
Bij het indexeren zijn er vier mogelijkheden:
- Geen indexatie
- Alleen loonindexatie
- Alleen prijsindexatie
- Gemengde indexatie
Op basis van de soort kosten is per lasten- en baten categorie bepaald welke indexatie van toepassing is.
Voor de indexatie van de begroting 2027 wordt teruggekeken naar eerdere indexatie prognoses op basis van de realisatiecijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor afgeeft. Voor de prognoses van indexatie maken we gebruik van de informatie van het Centraal Planbureau (CPB) de Macro Economische Verkenning (MEV) en het Centraal Economisch Plan (CEP).
1.Prijzen
Deze indexatie wordt gebruikt voor de materiële budgetten.
Herberekening 2025
In de Perspectiefnota 2026 is uitgegaan van 3,2% als stijgingspercentage materiële kosten 2025. Op basis van het CBS is het inflatiepercentage 2025 op 3,3% uitgekomen. In de Perspectiefnota 2027 vindt er dan ook een correctie plaats van 0,1%.
Inschatting 2026
In de Perspectiefnota 2026 is 3% opgenomen als stijgingspercentage materiële kosten 2026. Op basis van de prognose van het CPB september 2025 wordt voor 2026 een stijgingspercentage van 2,3% voorspeld. In de Perspectiefnota 2027 vindt er dan ook een correctie plaats van -0,7%.
Inschatting 2027
De prognose voor 2027 wordt geschat op 2,3%. Dit, gegeven de inschatting voor 2026 en het streefpercentage van de Europese Centrale Bank van 2%.
Ten opzichte van de begroting 2026 vindt daarmee een prijsindexatie plaats van 1,7% (0,1% nacalculatie 2025 - 0,7% bijstelling inschatting 2026 + 2,3% inschatting 2027).
Conclusie: Indexatie prijzen 2027 +1,7 %
2.Lonen
De huidige CAO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027.
Voor de berekening van het stijgingspercentage voor personele kosten in 2027 worden de volgende componenten meegenomen:
a. Gevolgen van CAO-ontwikkelingen.
b. Wijzigingen in de werkgeverspremies, zoals pensioen-, WAO- en ziektekostenpremies.
c. Reguliere jaarlijkse periodieke verhogingen van individuele loonkostenontwikkelingen.
Herberekening 2025
In de Perspectiefnota 2026 is 4,08% opgenomen als stijgingspercentage loonkosten 2025. Naar aanleiding van de huidige CAO-afspraken wordt dit percentage bij de Perspectiefnota 2027 geraamd op 3,04%, derhalve vindt een correctie van -1,04% plaats. Dit betreft een correctie op de CAO-stijging.
Inschatting 2026
In de Perspectiefnota 2026 is 4,5% opgenomen als stijgingspercentage loonkosten 2026. In de Perspectiefnota 2027 wordt dit percentage 2,92%, derhalve een correctie van -1,58%. Dit betreft een correctie op de raming van de CAO-stijging en de werkgeverslastenstijging.
Inschatting 2027
Voor 2027 wordt een stijging van de loonkosten geraamd van 3,46%. Dit bestaat uit 2,84% verwachte stijging van het CAO gerelateerd loon, 0,62% doorwerking CAO 2026 en 0,5% als verwachte stijging werkgeverslasten.
| Herberekening 2025 | PPN 2026 | PPN 2027 | verschil |
| CAO ontwikkelingen | 4,08% | 3,04% | -1,04% |
| Werkgeverspremies | 0,50% | 0,50% | 0,00% |
| -1,04%* | |||
| Inschatting 2026 | |||
| CAO ontwikkelingen | 3,00% | 1,38% | -1,62% |
| Doorwerking CAO 2025 | 1,00% | 1,89% | 0,89% |
| Werkgeverspremies | 0,50% | -0,35% | -0,85% |
| -1,58%* | |||
| Inschatting 2027 | |||
| CAO ontwikkelingen | 0,00% | 2,84% | 2,84% |
| Doorwerking CAO 2025 | 0,00% | 0,62% | 0,62% |
| Werkgeverspremies | 0,00% | 0,50% | 0,50% |
| 3,96%* |
* De periodieken en loonontwikkeling wordt met ingang van de begroting 2022 – 2025 niet langer als percentage in de technische begroting verwerkt, maar als bedrag.
Voor 2027 wordt een stijging van de loonkosten geraamd van 3,46%. Dit bestaat uit 2,84% verwachte stijging van het CAO gerelateerd loon, 0,62% doorwerking CAO 2026 en 0,5% als verwachte stijging werkgeverslasten.
Conclusie : Indexatie lonen 2027 +1,34%
3.Samengesteld percentage
Bepaalde budgetten in de begroting bestaan zowel uit prijs- als looncomponenten. Bijvoorbeeld subsidies aan instellingen. Voor de indexatie van deze budgetten wordt uitgegaan van een samengesteld percentage van het geraamde prijs- en loonstijgingspercentage op basis van een verhouding van 50% materiële en 50% personele kosten.
De berekening hiervan ziet er als volgt uit:
| 50% x stijging personele kosten | : | 50% x 1,34% | = | 0,67% |
| 50% x prijsstijging + | : | 50% x 1,70% | = | 0,85% + |
| stijging samengestelde budgetten | : | 1,52% |
Conclusie : Indexatie samengestelde budgetten 2027 +1,52%
De indexatie van de samengestelde budgetten is tevens de basis voor de indexatie van de belastingen en tarieven.
Conclusie : Indexatie belastingen en tarieven 2027 +1,52%
4.Toelichting berekeningswijze belastingen (OZB) en tarieven (riolering)
Hierboven is aangegeven dat het indexatiepercentage voor de gemeentelijke belastingen en tarieven voor 2027 1,52% bedraagt. Houdt dat nu ook in dat daarmee het stijgingspercentage van de belastingen en tarieven voor 2027 automatisch 1,52% bedraagt? Nee, het uiteindelijke stijgingspercentage kan afwijken. Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van een drietal voorbeelden: de OZB-tarieven, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing.
OZB
Voor de OZB-tarieven zijn er naast het indexatiepercentage diverse andere factoren van invloed op de hoogte van het stijgingspercentage. Gedacht kan worden aan de waarde-ontwikkeling van woningen. Wanneer woningen meer waard worden, daalt het OZB-tarief. Wanneer woningen minder waard worden, stijgt dit tarief. Hierdoor wordt een door de tijd heen zo gelijkmatig mogelijke belastingdruk bewerkstelligd. Wanneer deze correctie niet zou plaatsvinden, zou dat flinke schommelingen veroorzaken in het bedrag dat inwoners jaarlijks aan OZB moeten betalen, maar ook wat de gemeente jaarlijks aan OZB ontvangt. Dit is voor onze inwoners niet wenselijk, maar ook niet voor de gemeente. Hiermee zouden flinke schommelingen in de begroting kunnen ontstaan, wat het moeilijker maakt om een stabiel gemeentelijk beleid te voeren.
Daarnaast wordt in de hoogte van de tarieven rekening gehouden met bijvoorbeeld ‘oninvorderbare aanslagen’. Waarom gebeurt dat? Het is de bedoeling dat de in de (technische) begroting geraamde OZB-inkomsten worden binnen gehaald, in dit geval vermeerderd met 1,52%. Wanneer geen rekening gehouden zou worden met ‘oninvorderbaar’ zou de geraamde belastingopbrengst nooit gehaald worden met als gevolg een tekort in de begroting en een nadeel bij de jaarrekening.
Bij het bepalen van de OZB-tarieven voor 2027 wordt gekeken naar de in de begroting 2026 geraamde opbrengst. Deze wordt vermenigvuldigd met 1,52%. Daarmee is de te innen OZB-opbrengst bepaald. Vervolgens wordt rekening gehouden met oninvorderbaar, leegstand (bij niet-woningen) en waardemutaties. Ter illustratie:
Opbrengst OZB begroting 2026 + 1,52% inflatiestijging = te realiseren opbrengst OZB 2027.
Te realiseren opbrengst OZB 2027 = totale waarde onroerend goed x OZB-tarief 2027
Om het tarief 2027 te bepalen wordt dus de te realiseren opbrengst OZB 2026 als uitgangspunt genomen. Vervolgens wordt in de tariefsbepaling rekening gehouden met (mutaties ten aanzien van) waardeontwikkeling als gevolg van bezwaarschriften, oninvorderbaar en leegstand.
Rioolrecht
Het tarief voor het rioolrecht is naast de hoogte van het inflatiepercentage afhankelijk van de kosten welke de gemeente moet maken om de afvoer van (afval)water te regelen. Zo leiden meer investeringen (kosten) tot een hoger tarief.
Afvalstoffenheffing
Ook voor dit tarief geldt dat er meer aspecten van invloed zijn dan alleen het inflatiepercentage. In dit geval zijn vooral de hoeveelheid aangeboden afval en de verwerkingskosten van dat afval bepalende factoren.
De belastingtarieven worden in concept berekend bij de begroting 2027 waarna in december 2026 de tarieven ter definitieve vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd.