Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Grondslagen voor resultaatbepaling

Grondslagen voor resultaatbepaling

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balansonderdeel anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld is.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige arbeidskosten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) wordt er wel een verplichting opgenomen. Per 1-1-2023 hebben medewerkers recht op verlofsparen, zoals afgesproken in de cao Gemeenten. Dat betekent dat medewerkers hun verlof mogen sparen voor bijvoorbeeld pensioenvervroeging. Het is een wettelijke verplichting om voor verlofsparen een voorziening in te stellen.

Het basisprincipe voor de verwerking van de algemene uitkering in de jaarrekening is de septembercirculaire. De gemeente Nissewaard wijkt in deze jaarrekening af van dit basisprincipe door uit te gaan van de actuelere cijfers uit de decembercirculaire 2024.

Een aanvrager van Wmo-voorzieningen is op grond van de Wmo een eigen bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze bijdrage wordt uitgevoerd door het Centraal Administratiekantoor (CAK). Het CAK verstrekt de gemeente een totaaloverzicht waarbij maandelijks afstorting van de geïncasseerde bijdragen aan de gemeente plaatsvindt. Aangezien, omwille van privacy overwegingen, de inkomensgegevens van cliënten niet op het totaaloverzicht van het CAK zijn opgenomen heeft de gemeente geen inzicht in de individueel door het CAK berekende eigen bijdrage van de cliënt. Daardoor kan door onze gemeente geen sluitende controle op de juistheid en volledigheid van de ontvangen bijdragen worden uitgevoerd. Hiermee wordt dit bedrag aangemerkt als onzekerheid.

Balans

Vaste activa

Materiële vaste activa met economisch - en maatschappelijk nut (mva)

In erfpacht uitgegeven gronden

De in erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs en zijn apart in de toelichting van de balans openomen (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). De presentatie in de toelichting op de balans is als volgt: op de activazijde staat de uitgifteprijs van de gronden en op de passivazijde de afkoopsommen minus de jaarlijks vrijgevallen bedragen.

Overige investeringen met economisch- en maatschappelijk nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt er op het saldi afgeschreven. Slijtende investeringen worden het boekjaar na het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte levensduur, waarbij er rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit wordt niet afgeschreven.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

  • Gronden en terreinen - n.v.t.
  • Automatisering  -  3-5
  • Bruggen, viaducten en duikers  -  5-60
  • Gebouwen  -  10-50
  • Haven  -  30-40
  • Installaties  -  5-30
  • Inventaris  -  5-10
  • Machines, werktuigen en tractiemiddelen  -  10
  • Monumenten  -  40
  • Openbaar groen  -  40
  • Openbare verlichting en verkeer  -  10-40
  • Parkeren  -  5-40
  • Reiniging  -  10-40
  • Riolering  -  5-60
  • Scholen  -  10-40
  • Speelterreinen. -  0
  • Sportterreinen. -  12-30
  • Straten, wegen en pleinen -  40
  • Verkiezingen  -  10
  • Woonwagencentra  -  25
  • Zwembad  -  10-40

In specifieke situaties kan de feitelijke situatie aanleiding zijn om af te wijken van bovenstaande termijnen wanneer de raad hier mee heeft ingestemd.

Bovenstaande afschrijvingstermijnen zijn de afschrijvingstermijnen op hoofdcategorie niveau. Voor een nadere uitsplitsing per hoofdcategorie verwijzen wij naar de Nota Afschrijvingsbeleid 2021.

De gehanteerde afschrijvingsmethode is:

  • Lineair.
Investeringen waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Onder het BBV is de basisregel dat investeringen met economisch nut geactiveerd dienen te worden. Alle investeringen in het riool en afval - ook de vervangingsinvesteringen-  vallen onder de investeringen met een economisch nut. De gemeente kan middelen genereren via het riooltarief/afvalstoffentarief, dan wel via doorbelasting in de prijs van te verkopen gronden. De geactiveerde investeringen leiden tot kapitaallasten en deze lasten kunnen op grond van artikel 228a Gemeentewet in het tarief worden meegenomen.

De gehanteerde afschrijvingsmethode is:

  • Annuïtair (voor investering waarvoor een heffing geheven wordt)
Overige gronden zonder vaste bestemming, die geen onderdeel zijn van een transformatieproces.

Gronden waar de gemeente op termijn wel verwacht plannen voor te ontwikkelen, hebben nog geen vaste bestemming. Zolang nog geen exploitatieplan/-begroting is vastgesteld, dan vallen de aangekochte gronden onder deze categorie.

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Indien van toepassing is er een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal er een afwaardering plaatsvinden.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.

Vlottende activa

Voorraden

Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en de kosten van bouw- en woonrijp maken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en in de administratie- en beheerskosten.

Voor winstneming geldt de ‘percentage of completion’-methode: de baten en lasten – en het daaruit voortvloeiende resultaat – worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat de (verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze, maar een verplichting, die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid en dient er winst te worden genomen:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
  2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
  3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Indien er sprake is van winst, wordt deze berekend op basis van de eindwaarde van het project, conform de notitie ‘Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)’ van de commissie BBV. Als de berekening van de tussentijdse winstneming volgens de ‘percentage of completion’-methode leidt tot de conclusie dat er in eerdere jaren te veel winst is genomen, neemt de gemeente de eerder te veel genomen winst terug. Subsidiebaten en de daarbij behorende subsidiabele kosten bij grondexploitaties maken geen deel uit van de tussentijdse winstneming en worden verantwoord op het moment dat de subsidie volgens de subsidievoorwaarden is gerealiseerd.

De verliesvoorziening is (toegepaste methode voor bepalen verliesvoorziening opnemen):

  1. Gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorziening tegen de nominale waarde is gelijk aan het resultaat van de grondexploitatiebegroting op eindwaarde.
  2. Gewaardeerd tegen de contante waarde. Het te verwachten verlies op eindwaarde wordt door middel van de disconteringsvoet contant gemaakt. De disconteringsvoet is in het BBV voorgeschreven en bedraagt 2%.

Gereed product en handelsgoederen

Gerede producten zijn gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening is statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Liquide middelen

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva

De vaste passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Voorzieningen

Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.

Er kan in geen van de voorkomende gevallen sprake zijn van een negatieve voorziening. Een onverwacht bij het opmaken van de jaarrekening gesignaleerde negatieve stand moet via een eenmalige last worden gedekt. Een tijdens het opmaken van de begroting gesignaleerde verwachte negatieve stand moet via het aanpassen van de toekomstige stortingen worden gedekt.

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één of meerdere jaren.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en Garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten, voor het deel waar de gemeente garant voor staat, per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.